Terugtreden is vooruitzien

Het rapport van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling ‘Terugtreden is vooruitzien’ in een notendop. Het rapport geeft belangrijke aanknopingspunten voor het werken met maatschappelijk aanbesteden en stimuleren van maatschappelijk initiatief.

Het rapport neemt als vertrekpunt dat de organisatie van maatschappelijke voorzieningen ten principale een zaak is van maatschappelijke initiatieven. Oftewel: de overheid heeft niet het monopolie op de publieke zaak. Een interessant vertrekpunt, dat aansluit bij maatschappelijk aanbesteden. Centrale vraag in RMO-rapport is vervolgens:

Welke strategie kan de overheid hanteren om meer ruimte te laten aan maatschappelijke initiatieven bij de organisatie van publieke voorzieningen?

De handvatten die de RMO geeft voor deze strategie zijn ook van belang bij maatschappelijk aanbesteden. Eerst benoemt drie ‘oerkrachten’ waarom loslaten door de overheid lastig is:

  1. Verstikkende omarming verzorgingsstaat en samenleving: de verzorgingsstaat spreekt de burger aan als individuele rechthebbende en de burger spreekt de verzorgingsstaat aan om ‘waar voor zijn belastinggeld te leveren’. In andere woorden: solidariteit kent de vorm van belastingheffing en burgers besteden de realisatie van hun particuliere belangen uit aan de overheid. Burgers besteden op deze wijze de realisatie van publieke waarden uit aan de overheid.
  2. Ongemak over maatschappelijke verschillen: maatschappelijke initiatieven bepalen zelfstandig hun organisatie, richting en financiering en bedienen vaak een specifieke groep (geografisch, leeftijd, etc.), wat leidt tot bepaalde mate van exclusiviteit. De overheid probeert (vanuit de invulling als verzorgingsstaat) zo inclusief mogelijk te zijn en staat daarmee voor gelijke kansen, gelijke toegang, geen verschillen, bepaalde kwaliteit. En in welke mate en op basis van welke argumenten is overheidsfinanciering (subsidies) aan de orde.
  3. Opvattingen over maakbaarheid van samenleving, die leiden tot bestuurscentrisme en het geloofd in een geplande orde. Mede vanuit de overtuiging dat een legitieme toedeling van publieke waarden enkel kan voortvloeien uit politieke wilsvorming. Waar overigens de laatste tijd er sprake is van meer bescheidenheid in besturen, met termen als regie en governance.

De RMO geeft ook drie aanbevelingsrichtingen om ruimte te maken voor maatschappelijk initiatief. Richtingen die ook belangrijk zijn bij het werken met maatschappelijk aanbesteden:

  1. Geef maatschappelijke initiatieven inhoudelijk zeggenschap. Dit betekent erkenning van eigenstandige keuzes van het maatschappelijk initiatief over identiteit, omvang, keuzeaanbod en tot op zekere hoogte kwaliteit. Als rechtsvorm lenen zich de stichting, vereniging, coöperatie of bedrijf. Het initiatief zal in de dagelijkse praktijk verschil maken: in inhoud van het aanbod, in de toegankelijkheid en in de prijsstelling. Wat kan de overheid dan bijvoorbeeld nog doen: een eigen alternatief (vangnet) aanbieden als er gaten in het maatschappelijk aanbod vallen. Of eisen stellen aan deugdelijkheid en minimale standaarden.
  2. Creëer nieuwe financiële arrangementen. Er is wat betreft de RMO geen vanzelfsprekendheid van collectieve financiering van privaat initiatief. Wel cofinanciering als er bijvoorbeeld sprake is van een onvoldoende aanbod van publieke voorzieningen, zonder dat de overheid daarmee allerlei inhoudelijke voorwaarden gaat opleggen.
  3. Formuleer rechtstatelijke criteria voor in- en uitsluiting. De overheid staat wat betreft de RMO neutraal tegenover maatschappelijke initiatieven, maar heeft wel een belangrijke beschermende en begrenzende functie: pluriformiteit en verschil dienen beschermd te worden, bijvoorbeeld door het tegengaan van monopolies. Evenals bescherming van zwakkeren die zichzelf niet weten te redden of organiseren en daarmee uitgesloten kunnen worden.

Het hele rapport lezen? Klik hier. Of het bovenstaande downloaden, klik hier.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *