Kiezen voor specifieke partners die het voortouw nemen

Vaak is er een partij die de leiding neemt om tot een integraal aanbod te komen. Een neutrale partij vergroot de kans op een breed gedragen uitkomst. Soms is het nodig om zo’n partij expliciet in positie te brengen, zodat hen ook coördinatieruimte gegund wordt door de andere partners.

De overheid moet het lef hebben om te kiezen tussen partijen
Dat begint bij de keuze om positief te reageren op een initiatief vanuit de samenleving of de keuze om nieuwe spelers toe te laten op het speelveld. Staar je niet blind op de representativiteit van de coalitie, maar besef dat de grootste kracht zit in mensen die zich betrokken voelen bij het vraagstuk, zich er eigenaar van voelen, en de wil hebben zich er voor in te zetten (‘best persons’). Dat betekent soms ook risico nemen met partijen die nog geen oude vertrouwde partners zijn maar iets te bieden hebben dat voor vernieuwing en kwaliteit kan zorgen.

De zekerheden die men denkt te vinden bij bestaande partners (bv. continuïteit en financiële stabiliteit) blijken soms slechts schijnzekerheden (personele wisselingen, onduidelijkheid over waar middelen aan besteed worden, weinig directe betrokkenheid bij het resultaat). Nieuwe partners bieden vaak andersoortige zekerheden, zoals persoonlijke betrokkenheid en een enorm netwerk dat hen vertrouwd. Die zekerheden zijn minstens zo duurzaam, maar selectiecriteria en verantwoordingssystemen zijn daar nog niet op ingesteld (zie formele overdracht).

Soms moeten bestuurders ook het lef hebben om nee te zeggen tegen initiatiefnemers, als zij van mening zijn dat het initiatief niet in het belang is van de samenleving, of als ze de taak niet toevertrouwen aan de initiatiefnemers. Parallel daaraan hebben bewoners ook het recht hebben om nee te zeggen tegen een verzoek van de overheid om een bepaalde taak over te nemen.

Omdat maatschappelijk aanbesteden vaak op dorps- en wijkniveau wordt ingestoken, zijn er meestal een paar partijen die een monopolie of andersoortige sleutelpositie hebben (bv. de lagere school, of de GGZ instelling, de supermarkt). Deze sleutelpartijen zijn voor elke oplossing nodig. Daarom is het vaak moeilijk om in te steken op concurrerende aanbiedingen. Het stimuleren van samenwerking tussen eventuele concurrenten biedt dan meer perspectief. Een andere mogelijkheid is om bepaalde partijen, zoals de buurtschool, voor elke coalitie inzetbaar te houden, door hen buiten het concurrentieproces te houden.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.