Routes naar de horizon

Een ambitieuze stip aan de horizon vraagt om nieuwe, andere routes. “Als je doet wat je altijd hebt gedaan, krijg je wat je altijd gekregen hebt”, zei Einstein al. Creativiteit en durf zijn hierbij sleutelwoorden. Steeds vaker is het perspectief van de burger leidend waardoor partijen verleid worden om hun horizon te verruimen en minder vanuit hun eigen aanbod of kokers te denken. Klik hier voor tips hoe je met creativiteit en lef samen werkt aan de route naar de horizon.

Flexibiliteit
Omdat voor veel van de partners de werkwijze nog nieuw is, vraagt deze fase om een flinke dosis flexibiliteit van alle betrokkenen. Dit is de fase waarin de overheid vertrouwen en geduld moet hebben en tonen dat de partners met goede oplossingen komen. En soms even de andere kant op moet kijken: zaken die op het eerste oog niet in het systeem passen, blijken zich vaak te ontwikkelen tot breed gedragen initiatieven met een stevige basis.

Bod op hoofdlijnen 
Het is handig om aanbieders eerst een aanbod op hoofdlijnen te laten formuleren en niet alles tot in detail uit te laten werken. Dat biedt ruimte voor de overheid (maar ook anderen) om het aanbod op hoofdlijnen te toetsen aan de meegegeven kaders en eventueel nog aanvullende kaders mee te geven voor de uitwerking ervan. Ook kunnen bij een aanbod op hoofdlijnen nog nieuwe partners aanschuiven of juist afhaken.

Duidelijke uitwerking
In de uitwerking van de plannen wordt duidelijk wie precies wat gaat doen en wanneer, welke concrete investeringen ermee gemoeid zijn (geld, menskracht, regelingen), wie daaraan gaat bijdragen en hoe de verantwoording wordt geregeld. Vaak volgt dan een proces van onderhandeling over het aanbod met de meegegeven kaders als meetlat. Het helpt om daarbij snel duidelijkheid te hebben over wat ‘hard’ is en waar nog ruimte zit voor aanpassingen. De neiging bestaat om het vooral over de financiële kanten te hebben en daar de onderhandelingen op te focussen. Het kan in deze fase helpen om gebruik te maken van de waardendriehoek van het Instituut voor Publieke Waarden: hoe waarderen we een maatschappelijk initiatief.

Soms is een overdrachtsproces meer gebaat bij een organische financiële opbouw (bv. starten met een klein budget en een beperkt aantal taken, daarna grotere investeringen, of andere geldschieters), met veel flexibiliteit om later bij te sturen en op te plussen. En soms werkt een grote pot geld juist belemmerend, omdat die gepaard gaat met allerlei overlegsituaties en bureaucratie. Daar zitten veel initiatiefnemers niet op te wachten, omdat het tijd kost die ze liever in hun initiatief steken.

Tijdsdruk
Om te voorkomen dat het proces van plannen maken en uitwerken eindeloos duurt en partijen afhaken, mag er best een stevige tijdsdruk op zitten. Vooral als bewoners met een initiatief komen is het van belang om snel resultaten te boeken, zodat hun energie niet wegzakt. Aan de start is er soms suddertijd’ nodig om alle betrokkenen aan het idee te laten wennen, maar daarna kan er flink vaart gemaakt worden. Plannen worden zelden beter als men er nog een maand langer over slaapt. De grootste vertragende factor is vaak de politiek-bestuurlijke besluitvorming. Plan deze daarom vanaf de start in en betrek de beslissers vroeg in het proces.

1 loket
De grootste frustratie voor actieve bewoners en ondernemers is dat ze bij het ontwikkelen van hun plannen van het kastje naar de muur gestuurd worden. Bijna altijd wordt gevraagd om 1 loket, waarbij de gemeente achter de schermen haar uiterste best doet om mogelijkheden en onmogelijkheden in kaart te brengen en te faciliteren. De buitenwereld maakt het immers weinig uit onder welk domein iets valt of vanuit welke financieringsbron iets betaald wordt. Dat vergt intern een organisatie waarin men snel kan schakelen en waarin sleutelfiguren (zoals een ‘groene golf ambtenaar’) een ruim mandaat hebben.